Verzorgingsinstructies
Je kaars is gemaakt van duurzame grondstoffen – om er zo lang mogelijk van te kunnen genieten, volg je best deze richtlijnen: Laat je kaars bij de eerste keer aansteken minstens 2 uur branden.
Doof de kaars pas wanneer het was volledig tot aan de rand is gesmolten om tunneling te voorkomen.
Een kaars mag nooit langer dan 2–3 uur achter elkaar branden om een lange levensduur te garanderen. Let erop dat je de rand van de kaars indien nodig bijsnijdt, zodat je optimaal van de brandduur kunt profiteren.
Kaarsen
⚠️ Let op de volgende waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften:
Laat brandende kaarsen nooit onbeheerd achter!
Houd voldoende afstand tussen brandende kaarsen!
Plaats kaarsen niet in de tocht! Zet kaarsen altijd rechtop!
Vlam doven – niet uitblazen!
Houd gesmolten was vrij van vuil!
Beweeg brandende kaarsen nooit!
Gebruik nooit vloeistoffen om te doven!
Buiten bereik van kinderen en dieren houden!
Niet in de buurt van brandbare materialen branden!
Niet in de buurt van warmtebronnen branden!
Lont voor het aansteken tot ca. 5–7 mm inkorten!
Gebruik een kaarsenhouder of schoteltje!
Geschikte houder gebruiken voor smeltende kaarsen!
Wastrand tot 1 cm inkorten!
Niet geschikt voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en kinderen!